Gordijnstoffen

Gordijnen voorkomen dat iemand van buiten naar binnen kijkt, vermijden dat er te veel licht naar binnen schijnt, verbeteren de akoestiek van de ruimte en isoleren de kamer. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat gordijnen het binnen gezellig maken als het buiten donker is. Hier lees je of en hoe je je gordijnen zelf kunt wassen we zetten we de verschillende stofkwaliteiten voor je op een rijtje. 


  • Devoré, ausbrenner 
    Een semi-transparant doek in een combinatie van een natuurlijke en een synthetische vezel, waarbij dessinering ontstaat door een chemisch proces. Hierbij wordt de natuurlijke vezel deels weggeëtst (gebrand).

    Batist
    Fijne in linnenbinding geweven transparante stof met katoenen optiek ook wel inbetween genoemd.

    Bouclé
    Garens met grote of kleine lussen, die stoffen een rul of korrelig uiterlijk geven.

    Changeant
    Veelal uni-stoffen met contrasterende kleuren in de ketting en de inslag, waarbij een weerschijn-effect ontstaat, wat een sterk wisselend kleureffect in de plooivouw laat zien. Vaak te zien in taft-kwaliteiten.

    Inslag
    Breedtedraden van een weefsel.

    Chenille
    Een effectgaren wat voornamelijk in de inslag verwerkt wordt. In de inslagdraad zijn losse vezels/pooltjes verwerkt zodat een soort garenpool ontstaat. Dit geeft de stof een hoog aaibaarheidsgehalte en veloursachtig uiterlijk.

    Double face
    Een dubbel weefsel waarbij beide zijden verschillen in uiterlijk en beide als “goede kant” gebruikt kunnen worden.

    Inbetween
    Semi-transparante stof die geen organza of voile zijn. Veelal in een matte uitvoering.

    Inslag
    Breedtedraden van een weefsel.

    Jacquard
    Weefsel waarbij dessinering ontstaat door ingeweven patronen. Dat kan variëren van zeer eenvoudig tot erg ingewikkelde en rijke patronen. Naam komt van de Franse uitvinder van de Jacquard-weefmachine, J.M. Jacquard (1752 – 1834).

    Katoen (co)
    Natuurlijke vezel gemaakt van zaadpluizen van de katoenstruik. In deze vorm lijkt de katoen op watten. De lengte van de vezel bepaalt de eigenschappen. Katoen is sterk, slijtvast, goed vochtabsorberend, te strijken bij hoge temperatuur. Nadelen: neiging tot kreuken en beïnvloedbaar door luchtvochtigheid.

    Ketting
    Lengtedraden van een weefsel.

    Linnen (li)
    Vlas,een natuurlijke vezel verkregen uit plantenstengels na een rottings- en drogingproces.

    Microvezel of microfiber
    Zijn zeer fijne polyester of polyamide vezels. Weefsels die zijn gemaakt van microvezels zijn glad, dicht en erg geschikt om te ruwen, zodat er een zachte toplaag ontstaat. Dit geeft een perzikhuid effect.

  • Panama
    Is een verzamelnaam voor veelal katoenen stoffen met een matjesbinding (mattingsbinding). Dit is een platbinding met twee garens naast elkaar, ook wel dubbel plat genoemd.

    Platbinding
    De binding van een weefsel waarbij de kettingdraden en de inslagdraden elkaar één op één kruisen. De stof heeft aan beide zijden hetzelfde bindingspatroon.

    Polyester (pe/pes)
    Is een veelgebruikte synthetische vezel met een hoge slijtweerstand, een goede stabiliteit en hoge lichtechtheid. Geproduceerd vanuit aardolie. Een dikke, vloeibare massa wordt door spindoppen geperst, zodat een mogelijk eindeloos lange filament/vezel ontstaat.

    Satinet
    Katoenen voeringstof in satijnbinding met glans die ontstaan is door persen.

    Satijn (binding)
    De naam is afkomstig van het Italiaanse seta (zijde), doordat het weefsel een glad, gesloten en met name een glanzend oppervlak vertoond, veroorzaakt doordat ketting- en inslagdraden elkaar minstens vier op één of omgekeerd kruisen.

    Shantung
    Oorspronkelijk een weefsel in platbinding van zijde uit China (provincie Shantung). Imitatie Shantung wordt vaak van viscose gemaakt.

    Taft
    Perzisch Taftah (spinnen) of tafteh (glanzend), een dicht fijndradig beetje stijf weefsel in platbinding van zijde/viscose of synthetische vezels.

    Twill
    Engels woord voor keper, weefsels vaak in katoen of katoenmix uni kwaliteit met sterk geprononceerde diagonale lijnen.

    Velours
    Katoenen kettingfluweel gordijnstof met een poolrichting (vleug), waardoor verschil in kleurdiepte ontstaat. Normaliter wordt velours met de vleug omhoog verwerkt, zodat de meest intensieve kleur in het zicht komt.

    Viscose (vi)
    Synthetische vezel gewonnen uit plantaardige vezel. Is vochtgevoelig, heeft neiging tot kreuken maar vertoont een mooie zijdeachtige glans.

    Voile
    Frans voor sluier. Luchtige, doorzichtige meestal synthetische weefsels.

    Zijde
    Natuurlijke vezel, gesponnen door de zijderups. Fijne glanzende onregelmatige draad. Niet erg duurzaam en erg lichtgevoelig.



#WORK_AREA#